Er bestaat geen specifieke Surinaamse begrafenis, maar de Creoolse begrafenissen zijn er beroemd en uitbundig. Veel Surinamers geven aan dat zij dansend naar het graf willen worden gebracht. Dit is een oude gewoonte die weer gebruikt wordt. Het dansen is een vorm van rouwverwerking. Het geeft troost, omdat de nabestaanden door het dansen niet meer aan hun verdriet denken.
Voor de begrafenis wordt de overledene ritueel gewassen door een aflegvereniging. De vereniging zorgt er ook voor dat het lichaam (tijdelijk) gebalsemd wordt. Hierdoor is het lichaam vier dagen zonder koeling te bewaren. De naaste familieleden van de overledene verzorgen de begrafenis. Zij nodigen ook iedereen uit die de overledene heeft gekend. De avond voor de begrafenis houden de familieleden een dodenwake. Dit begint ’s avonds om acht uur en duurt in principe de hele nacht tot vijf uur in de ochtend. Tijdens de dodenwake wordt er gebeden, gezongen, gepraat en er worden herinneringen opgehaald. Er is ook van alles te eten en te drinken.
Op de dag van de begrafenis is er een kleine plechtigheid in het uitvaartcentrum. Daarna volgt de tocht naar de begraafplaats. Alle aanwezigen volgen dan zingend de kist. En bij de Creoolse gewoonten maken de dragers bepaalde swingende danspasjes. Hiermee worden kwade geesten op een dwaalspoor gebracht.