Home - steun vinden - rouwverwerking - hoe ga je om met verlies? - verlies van je broer of zus - ervaringsverhaal Simone

ervaringsverhaal Simone

Simone is 46 jaar. Toen ze achttien was, stierf haar jongere zusje aan kanker.

"Ik was nog maar zeventien jaar oud, toen mijn jongere zusje Anna kanker kreeg. Een hersentumor, ze was vijftien jaar toen het werd ontdekt en een jaar later stierf ze. De boodschap van de hersentumor deed ons hele gezin instorten. Mijn vader veranderde in een wandelend wrak. Hij at nauwelijks, was mager, afwezig. Het leek alsof hij er de helft van de tijd gewoon niet was. Veel steun heb ik om eerlijk te zijn niet van hem gekregen. Mijn moeder was zwaar in paniek. Afschuwelijk om te zien. Mijn sterke, energieke moeder die met grote rode ogen van het huilen rondliep. Ik zocht een rots in de branding, maar mijn ouders konden dat op dat moment niet zijn. Zij hadden het zelf al moeilijk genoeg."

beste vriendin
"Anna en ik scheelden twee jaar, maar we waren enorm close met elkaar. We hadden verder geen broers of zussen en het was eigenlijk meer mijn beste vriendin dan mijn zus. Ik had ook wel andere vriendinnen, maar ik trok het meeste met Anna op. We deelden samen een krantenwijk, wilden dezelfde opleiding doen en droomden er van om later samen op kamers te gaan als we gingen studeren. Natuurlijk was ik ouder, maar het plan was er. Voor mij stond een hersentumor gelijk aan doodgaan, maar tot Anna zelf leek het eerst niet door te dringen. Ze werkte keihard voor school, ze zat op de Havo, volgde zo veel mogelijk lessen en dat alles tussen die allesverslindende chemokuren door. Het was een zeldzame tumor, die niet reageerde op behandeling en ze begon langzamerhand de strijd te verliezen. Ze liet zich niet kennen en bleef vechten. Tot een paar dagen voor haar dood maakte ze nog gewoon haar huiswerk. Ik was meer een flierefluiter in die jaren en kon me haar ijver destijds niet voorstellen, later realiseerde ik me dat het haar manier van overleven was. Door toch door te gaan met alles, kon ze haar evenwicht bewaren.

Ik heb met Anna nooit echt over haar naderende dood gepraat. We waren te jong denk ik. Of te bang. Er waren wel gesprekken als er niemand bij was. Zo van: 'Het is wel echt shit hè.' En dan antwoordde de ander: 'Mega shit.' Het was niet eerlijk, daarover waren we het ook altijd eens."

het overlijden
"Het rare was dat ik haar dood lang aan zag komen, omdat ze steeds magerder en zwakker werd. Maar toch, toen ze uiteindelijk dood ging voor mijn eigen ogen, ik was inmiddels achttien en zij zestien, kon ik het niet geloven. Ik heb haar samen met mijn moeder vastgehouden tot ze koud aanvoelde en het in mijn hoofd ontkend. Het was niet waar, dit kon niet waar zijn. Anna kon mij niet voorgoed hebben verlaten.

Ik sloeg volledig dicht. Af en toe moest ik vreselijk huilen. Bijvoorbeeld toen haar lichaam door van die enge doodgravers in een kist uit het huis werd gedragen of toen haar kist langzaam in de grond zakte tijdens de begrafenis. Die momenten waren te pijnlijk voor woorden. Mijn zusje, dat in zo’n houten doos in het donker in die koude grond moest gaan, voor altijd. Maar erover praten kon ik niet. Als iemand me er op school iets over vroeg, gaf ik een snel antwoord en bedacht dan een smoes om weg te lopen. Op het laatste gaven vriendinnen het op en vroegen ze er maar niet meer naar. Het was alsof ik volledig dicht geschroefd zat. Het verdriet was te groot, de leegte te hol om er over te kunnen praten.

Mijn vader heb ik eigenlijk een beetje verloren in die tijd. Hij werd nooit meer de oude. Mijn moeder stortte zich op mij, ging voor me zorgen alsof ik van boter was gemaakt. Ik liet haar maar begaan. Met haar bezocht ik vaak het graf. Dan stonden we daar samen zwijgend te snikken en te prutsen aan bloemetjes en plantjes. In de loop der jaren heb ik geleerd om er over te praten. Het dicht geschroefde gevoel is heel langzaam opgelost, maar dat heeft wel tientallen jaren geduurd. Het blijft een gevoelige plek. Ze is nog steeds onderdeel van mij. Ik heb een zus, ook al leeft ze niet meer. Als iemand vraag of ik broers en zussen heb, kan ik nu rustig zeggen: 'ik had een zusje, maar ze is overleden. ' Ik zal nooit zeggen dat ik geen zus heb. Dat zou ontrouw aan Anna zijn."

Anna-kastje
"Ik denk nu niet meer elke dag bewust aan haar, maar voel haar altijd wel. Ik ben een vrouw, die een zus is kwijt geraakt. Het zit gewoon in me, dat verdriet, als een donkere wolk die soms even tevoorschijn komt. Ik kan wel verder met leven. Nadat ik een jaar op school niets had gedaan en was blijven zitten, heb ik het daarna afgemaakt, doorgestudeerd, de hele rataplan. Ik ben dus doorgegaan. Soms voel ik me daarover schuldig. Anna kreeg die kans niet, die had zoveel dromen, maar zij mocht niet, waarom ik wel. Ik heb het verdriet een plaats moeten geven. Letterlijk en figuurlijk.

Ik heb in mijn huis een Anna-kastje gemaakt met een Anna-wandje er achter. Niet in de woonkamer, waar nieuwe bezoekers er meteen naar gaan vragen. Maar in mijn werkkamer, waar ik veel tijd doorbreng met het vertalen van artikelen, mijn beroep. De foto’s zijn een rare mix van vrolijk en pijnlijk. Van een gezonde, gebruinde Anna met blonde krullen en een bleke, magere Anna zonder haren in het ziekenhuis. Met mij, met mijn ouders, van ons vieren. Rare bekken trekkend, lachend, Anna op een ezel in Egypte, in de sneeuw op ski’s. In het kastje zitten de spullen die ik van mijn moeder heb gekregen. We hebben het een beetje verdeeld. Af en toe komt mijn moeder in het kastje neuzen en soms ga ik bij haar door fotoalbums heen. Het goede van het kastje is dat ik het dicht kan doen. Ik kan er uren in zitten snuffelen. Ik pak prullaria vast, bekijk haar kindertekeningen, een stapeltje foto’s, een schoolrapport. En dan doe ik het weer dicht. Dan is het genoeg, anders is het te veel. Je moet als het ware in jezelf af en toe een kastje dicht doen en op andere momenten bewust dat open doen en er in kijken."

gevoelens
"Er komen zoveel gevoelens op je af in de loop der jaren. Het schuldgevoel, het verdriet, de angst. Het lijkt door de dood van mijn zus, dat het leven mij teleurgesteld heeft. Zo had het niet moeten gaan. Een jonge meid hoort niet dood te gaan. Dat heeft ook de angst gewekt dat je het leven niet kunt vertrouwen en dat elk moment het noodlot kan toeslaan. Dat ik mijn partner ineens kan verliezen, of mijn kind.

Ik ben ook nog steeds soms boos. Het was zo oneerlijk voor haar. Soms voel ik me schuldig over mijn egoïsme. Want ik ben ook verdrietig voor mezelf. Om wat ik allemaal moet missen. Ik kan zo oneindig verlangen naar mijn zus. Hoe ze zou zijn geweest, nu begin veertig. Had ze een gezin gehad, een leuke man, een interessante baan? Zouden we met onze gezinnen samen met vakantie gaan? Ik kan daar eindeloos over dromen. Hoe mooi het zou zijn geweest. Maar zij ligt in dat koude graf, het heeft allemaal niet zo mogen zijn.

Ik weet niet of rouw ooit ophoudt. Je gaat verder met leven, aan de buitenkant lijkt het klaar, maar van binnen houdt rouw nooit op."