Checklist voor na het overlijden

Direct na het overlijden

  • Waarschuw de huisarts of behandelend arts (in een instelling). De arts komt ter plaatse en stelt een verklaring van overlijden op.
  • Als iemand overlijdt tijdens een reis, bel de alarmcentrale van de reisverzekering.
  • Als iemand overlijdt door een ongeval, bel dan ook de autoverzekering.
  • Neem contact op met de uitvaartondernemer. 

Eerste dagen na het overlijden

  • Ga na of er een testament of andere wilsbeschikking (codicil) is. De overledene kan wensen hebben vastgelegd voor de uitvaart.
  • Check of er een uitvaartverzekering is.
  • De uitvaartondernemer komt helpen bij het plannen van de uitvaart.
  • Meld het sterfgeval binnen vijf dagen bij de gemeente, waar het overlijden plaatsvond. Vaak doet de uitvaartverzorger dit voor u. De gemeente stelt een akte van overlijden op.
  • U krijgt een afschrift van de akte van overlijden. Die heeft u nodig voor instanties (bank, levensverzekering, werkgever).

De eerste week

  • Laat een verklaring van erfrecht opstellen met eventueel boedelvolmacht. Dan kunt u bankzaken en dergelijke regelen.
  • Informeer de bank over het overlijden. Regel via de verklaring van erfrecht een nieuwe bevoegdheid voor bankrekeningen.
  • Vraag de bank naar het beleid bij een overlijden:
    • zijn er standaardformulieren om de wijzigingen door te geven?
    • worden vaste betalingen meteen stopgezet?
    • is de en/of rekening nog beschikbaar?
  • Breng de werkgever of uitkeringsinstantie op de hoogte en:
    • check of u recht hebt op een overlijdensuitkering.
    • check of de overledene meedeed met een werknemersspaarregeling.
    • check of de overledene pensioenrechten heeft opgebouwd.
  • Maak een lijstje van instanties en informeer hen over het overlijden. Denk aan verzekeringsmaatschappijen en de ziektekostenverzekeraar.

Tijdens de eerste weken

  • Vraag aanvullende sociale uitkering, tegemoetkoming in de studiekosten, verlaging van belastingtarieven, huursubsidie of alleenwonendenkorting op gemeentelijke lasten aan.
  • Vraag pensioen aan.
  • U kunt de Monuta Opzegdienst inschakelen voor opzeggingen.
  • Laat ongewenste post tegenhouden via het Nationaal Overledenenregister.

Tijdens de eerste maanden

  • Als het gaat om een ouder: regel zaken als voogdij, kinderbijslag, kinderopvang, gezinshulp.
  • Bij een koopwoning: neem contact op met de bank of een hypotheekadviseur om te praten over de hypotheek.
  • Bij een huurwoning: meld het overlijden bij de verhuurder of woningbouwvereniging en laat het contract op de nieuwe naam zetten.
  • Neem contact op met een belastingadviseur of notaris.
  • Bel met de Belastingdienst als u geen informatieformulier ontvangt, maar wel denkt dat u erfbelasting moet betalen.
  • Verwerk de laatste aangifte inkomstenbelasting van de overleden partner en vraag een T-biljet aan voor eventuele teruggaaf van inkomstenbelasting.
  • Inventariseer automatische afschrijvingen en creditcards en zeg deze eventueel op.
  • Inventariseer het banksaldo op de overlijdensdatum.
  • Inventariseer de lopende schulden, zoals belastingschuld, hypotheek, uitvaartkosten.
  • Inventariseer de boedel en inboedel of laat deze taxeren.
  • Ga na welke verzekeringsuitkeringen er zijn.
  • Ga na of u de hypotheek niet geheel of gedeeltelijk kan (of moet) aflossen.
  • Open de bankkluis, leeg deze en zeg hem op.
  • Ga effectendepots na en regel het beheer van onroerend goed en effecten.
  • Ga over tot de verdeling van de boedel, na aangifte van erfbelasting.