Uitvaart vroeger en nu

In april 1914 vond de eerste crematie in Nederland plaats. Het was de crematie van de dr. C.J. Vaillant. Deze vond plaats in het eerste crematorium van Nederland: Crematorium Westerveld in Velsen (Noord Holland). Op dat moment was cremeren nog verboden in Nederland en daarom werd hiervan ook een proces-verbaal opgemaakt. Tot een vervolging kwam het echter niet, het cremeren werd gedoogd.

Ondanks de tegenwerking van de kerk, kozen steeds meer mensen voor crematie. Daarom wilde de vereniging een tweede crematorium laten bouwen. Dit werd een feit toen in 1954 het crematorium in Dieren open ging. In 1955, ruim veertig jaar na de eerste crematie, kwam er een wetswijziging die cremeren legaliseerde. Maar cremeren is dan nog steeds niet gelijkgesteld aan begraven. Alleen met een speciaal codicil mocht een lichaam worden verbrand. En omdat de overheid bang was dat een crematie eventuele sporen van een misdrijf zou uitwissen, werd een tweede lijkschouwing voorgeschreven. In 1963 besloot de Katholieke kerk dat het voor katholieken niet langer verplicht is om zich te laten begraven. Na een wetswijziging in 1968 verviel vervolgens ook het codicil en werd cremeren vrijwel gelijk gesteld aan begraven. Wel bleef de tweede lijkschouwing nog voorgeschreven, tot het cremeren in 1995 helemaal gelijk werd gesteld aan begraven.

In 2003 werden er in Nederland voor het eerst meer mensen gecremeerd dan begraven (50, 6 %). Dat percentage is de laatste jaren langzaam opgeklommen naar 62% in 2014. In Nederland zijn inmiddels 77 crematoria.

Niet in de laatste plaats is er ook op het gebied van dienstverlening en (wettelijke) mogelijkheden veel veranderd. Plechtigheden worden persoonlijker en de mogelijkheden die nabestaanden hebben om een bestemming aan de as te geven zijn heel divers.

 

(bronnen: Jasper Enklaar, Onder de groene zoden. De persoonlijke Uitvaart (Alpha 1995), Uitvaart.Com & BDK Media producent film Geschiedenis cremeren in Nederland, LVC)