Groen licht kwaliteitsborging en consumentbescherming voor gehele uitvaartbranche

DELA, Monuta en Yarden presenteren een gezamenlijk en door de uitvaartbranche ondersteunde ambitie voor kwaliteitsborging en consumentbescherming. Dit omvat de start van een centraal kenniscentrum, centrale woordvoering en een onafhankelijk klachteninstituut voor de branche. De basis van deze ambitie is het brede draagvlak dat Ton Heerts, voormalig Tweede Kamerlid, vakbondsbestuurder en voorzitter van de MBO raad, heeft gevonden voor ‘Beginselen voor kwaliteitsborging en consumentbescherming in de uitvaartbranche’. 

Centraal kenniscentrum
Op verzoek van de drie uitvaartondernemingen heeft Heerts alle partijen in de uitvaartbranche gesproken. Uit die gesprekken blijkt dat alle brancheverenigingen een centraal kenniscentrum ondersteunen. Dit kenniscentrum is ook het gezicht van de uitvaartbranche waar stakeholders, zoals journalisten, politici en anderen met hun vragen over de branche terecht kunnen. Daarnaast is er draagvlak voor een onafhankelijk klachteninstituut waar consumenten met ervaringen in de verschillende disciplines in de uitvaartbranche terecht kunnen. Een, nog te werven, onafhankelijke voorzitter bestuurt het geheel in een governance structuur waarbij alle brancheverenigingen een zetel hebben in een Raad van Advies.  

Branchebrede draagvlak
Heerts sprak met vertegenwoordigers van BGNU, Nardus, Netwerk Uitvaartvernieuwers, LVC, LOB, VMG, VTU, NIT, STIVU, SKU en NaVu. Hij rapporteerde dat er zeer veel draagvlak is voor ‘de beginselen’. De branche kan nu aan de slag. Onder andere met de werving van een onafhankelijk voorzitter en de opbouw van een kenniscentrum. Het verdere proces, waarin DELA, Monuta en Yarden faciliteren, heeft het nadrukkelijke streven een onafhankelijk bestuur op te zetten dat kan rekenen op branchebrede ondersteuning. 

Ontstaan ‘beginselen’
In de uitvaartbranche ontbreekt momenteel een door de branche gedragen onafhankelijk en objectief toetsingskader dat het huidige systeem van ongeschreven menselijke waarden en fatsoensnormen in de breedte ondersteunt en consumenten houvast en bescherming biedt tegen slechte dienstverlening. Het beroep is niet beschermd, de Wet op de Lijkbezorging kent geen kwaliteitsnormen voor dienstverlening, opleidingen zijn niet geaccrediteerd en het vrijwillige keurmerk wordt vanwege de administratieve last door vele kleine ondernemingen als zwaar ervaren. Het is niet de verwachting dat de politiek de kwaliteitsborging opneemt in de ophanden zijnde gemoderniseerde Uitvaartwet en invoering van beroepsbescherming kent veel praktische haken en ogen. De politiek zou de branche een bepaalde tijd kunnen geven om onafhankelijke kwaliteitsborging op te zetten die voor de branche moet gaan gelden. Een dergelijke ‘opdracht’ kan helpen om de gezamenlijke ambities te verrijken met besef van urgentie.