In de schaduw van de rouw blijven zij nuchter

Zoë Zoekt Zomerbaan In deze rubriek test AD-verslaggeefster Zoë Toet verschillende banen uit. Ze loopt een paar uur mee met professionals om te proeven van de meest uiteenlopende soorten werk. Deze keer: begrafenismedewerker.

Banen zijn er overal, net als de mensen die ze uitvoeren. Op emotionele, onzekere momenten worden we ondersteund door professionals. Zo ook tijdens het grote onbekende: de dood. Terwijl wij onze familieleden of vrienden te ruste leggen, werkt een team van begrafenismedewerkers adequaat en in alle soberheid om een afscheid zo mooi mogelijk te maken. Ze opereren in de schaduw van ons verdriet. Ingetogen mensen die geen lof verwachten, maar het wel verdienen. Het is een mooie dag op de oeroude begraafplaats Oud Eik en Duinen, die is ontstaan in 1330 rondom de ruïne van de kapel, gebouwd in 1247. Hij is daarmee een jaar ouder dan de stad Den Haag zelf.

De zon is fier, de wind bescheiden. Tussen de treurwilgen en kleurrijke bloemen straalt de plek vredigheid en rust uit. Over een uur vindt een begrafenis plaats. Erasmus (45) loopt al meer dan twintig jaar rond over de gronden van Oud Eik en Duinen. Hij laat me het 'gat' in het zand zien waar de overledene straks te ruste wordt gelegd, boven diens ouders. Voordat de dienst begint, leidt Erasmus mij rond. Hierna neemt zijn collega het over. Erasmus is een alleskunner en zijn kennis over de begraafplaats lijkt bodemloos. Hij kan een grafsteen aanwijzen en precies vertellen wat voor verhaal erbij hoort.

Keldergraf

Opvallend is hoezeer een begraafplaats het verleden weergeeft. Niet alleen omdat er overleden zielen ter aarde worden besteld, maar omdat een grafsteen een verhaal vertelt. Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe meer de graven onthullen; klasse, religie. Een gefortuneerde familie kocht voor veel geld een keldergraf; in zekere zin is dit een ondergrondse kamer. ,,Vroeger kocht je dit om je status te tonen", legt Erasmus uit. Waar het verschil ons nu niet meer deert, was dit vroeger heel belangrijk. Om het graf van een oud-directeur van de Belastingdienst kan je bijvoorbeeld ook niet heen. Het staat op een prachtige plek, naast een statige boom en onder een reusachtige witte grafsteen (het woord 'tombe' is beter) waar zijn gezicht in staat gegrift.

Erasmus vertelt: ,,We hebben ook een katholiek gedeelte, omdat dat heilige grond zou zijn. Vroeger werd iedereen in de kerk begraven, maar dat heeft Napoleon verboden omdat hij het onhygiënisch vond." Daarnaast is er ook een islamitisch gedeelte, met alle graven in de richting van Mekka. Erasmus wijst hier een grafsteen aan. ,,Deze jongeman had een heel tragisch einde", weet hij.

Heeft het werk en de dagelijkse confrontatie met de dood hem veranderd? ,,Nee. Dat hoort hier ook niet", vindt Erasmus. ,,Dat kan je niet toelaten, anders ga je eraan kapot. Zodra ik hier wegga, maak ik mijn hoofd leeg."

Na de wandeling over de begraafplaats neemt Erasmus' collega Leslie (48) het van hem over. Hij staat, netjes in pak, de familie van de overledene op te wachten. Terwijl ik het lastig vind om mij onzichtbaar te maken, is Leslie frugaal en bescheiden van zichzelf. De rouwende groep wordt naar binnen gebracht, wij begeven ons naar een klein kamertje aan de zijkant. Vanuit hier wordt de muziek geregeld, evenals de powerpoint. Ik kijk toe hoe de ruimte volstroomt met familie en vrienden. De kist is open, maar kijken kan ik niet. Het bijwonen van dit verlies, het overlijden van een totaal onbekende, is voor mij onwennig. Dan is de nuchterheid van Leslie en zijn collega's verfrissend. ,,Je moet het je niet laten aangrijpen, hoe verdrietig het ook is", stelt ook Leslie. ,,Wij zijn hier om ons werk te doen en hun een mooie uitvaart te geven. Onze eigen emoties horen niet de boventoon te voeren."

Rust

Na de dienst begeleiden we de familie naar het graf. Ik ben het staartje van de stoet, bijna verstopt achter een boom. Zodra de laatste mensen weg zijn, brengt Leslie ze naar de koffiekamer. Ik blijf achter, zie hoe de graafmachine het graf dicht. Het meemaken van dit proces, van begin tot eind, is zowel curieus als fascinerend. Een onbekend mensenleven schiet aan je voorbij, op een zeer intieme manier.

Ik kijk rond, nu ik even in mijn eentje sta. De bladeren aan de bomen ruisen vriendelijk, op een grafsteen naast me zit een krekel. Hij tjirpt hard. Persoonlijk is mijn voorkeur altijd uitgegaan naar crematie, omdat ik het idee heb dat mijn as zich vrijer kan verplaatsen dan mijn vaste vorm. Niet dat ik na mijn dood echt van plan ben om ergens heen te gaan, het gaat om het idee. Maar nu ik hier sta, in de stilte van iets oneindigs, vraag ik mij af of het wel zo erg is daar beneden. Zeker als ik een eigen Leslie en Erasmus krijg. Als deze rust ons echt gebracht wordt in het futurum, is het misschien zo eng nog niet.

Bron: AD