''De witte roos''

Volgende week ben ik niet in Nederland, dan ben ik op vakantie. “Dan halen we de euthanasie naar voren. Ze wil per se dat jij erbij bent, Monique.” Ik voel een schok door mijn lichaam. Dat kan toch niet? Ik had wel een hele goede band met Klaske. Maar haar laatste adem naar voren halen zodat ik de uitvaart kan verzorgen?

De lieve weduwe
Acht maanden geleden ontmoette ik Klaske voor het eerst. Haar man was op 65-jarige leeftijd overleden aan een hartinfarct ten gevolge van ALS en ik kwam zijn uitvaart bespreken. Vanaf het moment dat ik binnenkwam, hadden we een enorme klik. Ze was zo’n lieve vrouw. Op het afscheid van haar man gaf ze iedereen een witte roos als bedankje. Ook ik kreeg er één.

Slecht nieuws
Na de uitvaart hield ik veel contact met Klaske. Ze voelde voor mij als familie. Haar sombere blik vertelde dat er iets aan de hand was. “Ik ben naar het ziekenhuis geweest voor onderzoek. Slecht nieuws: Ik heb kanker en het ziet er niet goed uit. Wil je ook bij mijn afscheid zijn?” Ik kreeg een brok in mijn keel. Natuurlijk wilde ik dat. Stevig hield ze mijn hand vast. Klaske vertelde dat ze een dag voor het overlijden van Roland al wist dat ze ongeneeslijk ziek was. “Ik weet niet wat er is na de dood. Maar ik ga naar mijn schat toe, hopelijk wacht hij.” 

Wil je ook bij mijn afscheid zijn?”

Tot het laatste stukje
Klaske wist dat ik volgende week op vakantie zou gaan, maar haar gezondheid ging helaas snel achteruit. “We komen je gewoon halen als je weg bent”, grapte haar zoon. Maar uiteindelijk besloot ze dat de hemel haar eerder mocht halen. Van begin tot eind regelde ik haar uitvaart en sta haar en de familie bij. Wat had ik haar graag eerder leren kennen. Komend weekend leg ik de witte roos op haar kist. De roos die ze mij acht maanden geleden bij het afscheid van haar man gaf.