'Kan ik oma nu begraven?'

Het is 4 mei 2000. Ik krijg heel vroeg in de ochtend een telefoontje uit het ziekenhuis waar mijn moeder een week eerder is opgenomen met longproblemen. Of ik heel snel naar het ziekenhuis wil komen, er zijn complicaties ontstaan. Maar helaas ben ik te laat. Ze is overleden als ik in het ziekenhuis aankom. Ze was net 60 jaar geworden.

We baren mijn moeder thuis op. Elke dag komen mijn zus en ik samen met onze kinderen naar ons ouderlijk huis om de uitvaart voor te bereiden. Mijn kinderen zijn op dat moment 10 en 5 jaar oud, de kinderen van mijn zus 2 en 4 jaar.

Ik zie de kinderen nog rondom de kist van oma spelen. Vrolijk, onbevangen en middenin hun spel praatten ze zelfs tegen oma. De kinderen vonden het heel normaal dat zij dit allemaal meebeleefden. Ook als ik het nu aan ze vraag hebben zij een goede herinnering aan de uitvaart van hun oma.

Ik denk terug aan mijn oudste die tijdens de begrafenis aan het graf stond van mijn moeder. Hij keek met een vragende blik schuin omhoog naar mijn collega: “Kan ik oma nu begraven?” De kist was al iets gezakt, maar er stonden nog brandende kaarsjes op de deksel. Mijn collega knikte nietsvermoedend ja, waarop mijn zoon de schep naast zich stevig vastpakte en enthousiast zand in het graf begon te scheppen. Het kaarsvet spetterde alle kanten op en het jacquet van mijn collega droop van het kaarsvet.

Na de uitvaart reden we met het hele gezelschap naar Katwijk aan Zee om de dag af te sluiten met een etentje. Het was een zeer zonnige voorjaarsdag. De kinderen speelden in het zand en ik stond op het terras even rustig een sigaretje te roken. Op dat moment hoorde ik mijn jongste tegen zijn broer en nichtjes zeggen: “Het was best een leuke dag, maar wel jammer dat oma vermoord is.”

Sandra Tom

Reactie toevoegen