Reactie toevoegen

“Tja, vroeger. Toen zat de uitvaartwereld heel anders in elkaar. Je koos voor een begrafenis of een crematie. En die werd standaard uitgevoerd. Ondanks dat dit altijd respectvol en netjes gebeurde, was er niet veel ruimte en aandacht voor persoonlijke uitingen. Daarom was het extra bijzonder hoe deze uitvaart verliep. Nu alweer ruim dertig jaar geleden.

Voordat ik uitvaartverzorger werd, werkte ik bij de NS als conducteur. Dus toen een van mijn ex-collega’s overleed, was het niet verwonderlijk dat zijn echtgenote mij belde: of ik de uitvaart van haar man wilde regelen. Dat vond ik een hele eer. Ik wilde er daarom graag een persoonlijke uitvaart van maken.

Ik nodigde alle NS-collega’s die ooit met deze man hadden gewerkt uit voor de uitvaart. Ruim 450 conducteurs en andere collega’s uit het hele land kwamen in uniform naar Den Haag voor de uitvaart. Een zee van blauwe uniformen was het resultaat.

Iedereen verzamelde zich bij crematorium Ockenburgh in Den Haag. Bij het hek van het crematorium haalden zes stevige mannen in blauw pak de kist uit de rouwauto. Door een erehaag van conducteurs droegen zij met langzame pas de kist naar de aula. Ook hier zat de zaal bomvol met de bekende uniformen, de pet in de hand.

Na een mooie en emotionele dienst droegen de mannen de kist de aula uit. Precies op dat moment bliezen alle conducteurs op hun fluitje: het is tijd voor vertrek! Je voelde de fluitjes resoneren in de ruimte. Je voelde het respect voor deze man. Je voelde de saamhorigheid van de collega’s. Wat een eerbetoon aan de overledene. Het was indrukwekkend, groots en heel bijzonder.

We gebruiken mijn conducteurservaring nog elke dag op mijn werk. Iedere ochtend openen we de dag met elkaar. We spreken dan door wat er die nacht is gebeurd, of er nog bijzonderheden zijn en wie naar welke familie gaat om een uitvaart te regelen. Iedere ochtend om precies half negen roep ik: ‘Dames en heren, het is 8.30 uur. De trein gaat vertrekken!’ Zo zitten we elke dag op tijd aan ons overleg. Misschien zijn wij beter op tijd dan de trein ...”

Paul Overdijk