Home - steun vinden - Rouwverwerking - Omgaan met verlies - Rouwverwerking bij kinderen - leer een kind de verschillen

leer een kind de verschillen

Voor jonge kinderen is ‘dood’ een weinig zeggend begrip. Zij leven in het moment en hebben geen idee wat ‘nooit meer’ betekent.

Begin met een kind uit te leggen wat het verschil is tussen dood en levenloos. Wijs op levenloze dingen, denk aan een huis, speelgoed, een auto, een baksteen, een tandenborstel of een stoel. Mensen, dieren, bloemen, bomen en planten leven en kunnen dus ook dood gaan. Leg uit hoe je kunt zien wat leeft. Planten groeien, mensen halen adem en eten. Een stoel leeft niet en kan daarom niet doodgaan. Maar een bloemetje dat je plukt wel. Wijs jonge kinderen spelenderwijs op voorbeelden van iets dat dood is gegaan. Een dode vogel, een dood insect of een dode boom. Je kunt er rustig met de kinderen over praten en je hoeft niet bang te zijn dat het kind er verdrietig van wordt.

Vervolgens leg je het kind uit dat mensen en dieren dood kunnen gaan door ouderdom, maar ook door ziekte of een ongeluk. Zeker als er een sterfgeval in de omgeving is, is het goed om er rustig over te praten met je kind. Zo wordt de dood een bespreekbaar onderwerp.

Je kunt met kleine stapjes een kind leren wat er gebeurt als er een mens of dier is doodgegaan. Je kunt de dode vogel in een doosje in de tuin begraven. Als het gaat om een huisdier, kun je er een takje of kruis op zetten. Zo raken kinderen vertrouwd met de rituelen rond de dood. Schrik niet van vragen, want kinderen zullen zich op den duur realiseren dat zij ook sterfelijk zijn. Als ze vragen ‘ga ik ook dood’ of ‘ga jij ook dood’, praat daar dan openlijk over.