Home - steun vinden - Rouwverwerking - Omgaan met verlies - Verlies van een ouder - ervaringsverhaal Ronald

ervaringsverhaal Ronald

Ronald is 36 jaar en heeft zijn beide ouders verloren. Zijn vader stierf toen hij twintig was en zes jaar geleden overleed zijn moeder aan kanker.

"Ik heb mijn beide ouders tamelijk jong verloren. Mijn vader stierf door een hartstilstand op zijn 49e. Ik was toen twintig jaar oud. Omdat het zo plotseling gebeurde, helemaal zonder aankondiging, onderging ik alles als verdoofd. Het was zo’n rare situatie. Hij werd ‘s avonds al opgebaard in een uitvaartcentrum en er kwamen mensen die avond al condoleren. Ik stond daar maar verdwaasd handen te schudden en mijn moeder legde dertig keer uit wat er was gebeurd die dag. Ik heb ook heel lang bij het lichaam van mijn vader gestaan, het wilde maar niet doordringen dat die bleke, koude man toch echt mijn vader was. Dat hij echt zomaar ineens was doodgegaan. Ik was nu de man in huis, moest mijn moeder steunen. Ze hebben speciaal voor mij nog een foto van mijn dode vader gemaakt. Omdat ik in shock zou zijn, om het later alsnog tot mij door te laten dringen. Ik geloof niet eens dat ik gehuild heb in die dagen. Ik voelde me een marionet, die braaf deed wat er van hem werd gevraagd, maar niets voelde. Die foto was een goed idee, daar heb ik later veel naar gekeken, tot het besef wel doordrong en ik het verdriet toe kon laten. Daarna heb ik de foto weg gegooid.
Mijn moeders dood was heel anders. Komt dat omdat je een andere band met je moeder hebt? Of omdat ik inmiddels tien jaar ouder was? Ik was dertig toen werd ontdekt dat zij kanker had. De huisarts had het heel lang laten versloffen en ineens kreeg ze te horen dat ze niet meer te redden was."

emoties
"In de tijd dat mijn vader dood ging, was ik als een zombie, bij mijn moeder was dat heel anders. Ik voelde de emoties door mijn lijf gieren. Ik voelde alles uitvergroot, zo leek het wel. Ik was ziedend van woede op artsen, die haar niet meer konden behandelen omdat het te laat was. De kanker was al uitgezaaid naar haar organen. Ik was razend op haar huisarts, die niet op haar klachten had gereageerd. Ik probeerde mijn woede in te houden als ik bij mijn moeder was. Die laatste dagen stelde ik mijn woede uit, want zij had me nodig. Ik zat dag en nacht bij haar bed. At nauwelijks, dronk nauwelijks, sliep niet, ik zat daar maar naast haar. Zij had me echt nodig. Ze had na die keiharde diagnose nog maar enkele dagen te leven. Een ongelofelijk feit, dat haar bang maakte. Als ze angstig was, hield ik haar vast, als ze moest huilen, huilden we samen of troostte ik haar, als ze bezorgd was om mij, stelde ik haar gerust en als ze twijfelde aan haar geloof, bad ik met haar en beloofde ik haar de hemel, terwijl ik al in geen jaren meer in een god geloofde. Een enorme innerlijke kracht hielp me om niet egoïstisch te zijn en er zoveel mogelijk voor haar te zijn. Ik hield zo veel van haar, probeerde haar al mijn liefde te geven. Ik weerde vervelende familieleden af, haalde mooie herinneringen op met mijn moeder en sprak met haar over haar wensen voor de begrafenis. Ik snap nog niet waar ik de kracht vandaan haalde, want van binnen werd ik verscheurd.

De avond dat ze stierf zal ik nooit vergeten. Ik had klem naast haar gezeten al die dagen en ik ging even naar het toilet. Het kan geen twee minuten hebben geduurd. Toen ik terug kwam, zag ik meteen dat ze niet meer leefde. Alsof ze me de pijn van dat laatste moment wilde besparen.
Maar toen liet ik me wel gaan. Ik heb vreselijk gehuild bij haar, heb een glas kapot gegooid en keihard tegen een deur geschopt, volgens mij zit er nog een deuk in. De verpleegkundigen lieten me begaan. Toen ik gekalmeerd was, lieten ze me nog een hele tijd bij mijn moeder zitten. Ze zeiden niet veel, brachten een glaasje water, legden even een hand op mijn schouder. Ik heb er uren gezeten met mijn hoofd op mijn moeders bed, haar handen vast houdend, helemaal leeg van binnen."

schuldgevoel
"De dagen daarna rolden de emoties weer over me heen. Schuldgevoel bijvoorbeeld. Hoewel ze me voor haar dood nog vertelde dat ik een geweldige zoon was en dat ze apetrots op me was, ging ik toch bedenken wat ik allemaal verkeerd had gedaan. Ik ging dan alle vervelende dingen die ik ooit gedaan of gezegd had tegen mijn moeder, voor mezelf oprakelen, waardoor ik me vreselijk schuldig voelde en de ogen uit m’n kop huilde. Die keer dat ik had gezegd dat mijn moeder zich moderner moest kleden. Hoe had ik dat ooit tegen het goeie mens kunnen zeggen als vervelende zestienjarige knul. Of toen ze tranen in haar ogen kreeg omdat ik zei dat ik niet meer mee op vakantie wilde. Al die keren dat ik me chagrijnig, egocentrisch of afstandelijk had gedragen.
En dan een uur later voelde ik weer alle woede opkomen. Het was de schuld van de artsen, die hadden mijn lieve moeder zomaar opgegeven.

Of ik liep over van zelfmeelij. Waarom moest ik mijn ouders zo jong verliezen?Ik voelde me ook oneindig eenzaam. De liefde van je moeder is onvoorwaardelijk. Nu had ik helemaal geen ouders meer, niemand meer die zoveel van me hield. Het verdriet was zo pijnlijk, dat ik het niet altijd toeliet. Zo af en toe gaf ik er aan toe en zat ik urenlang met mijn moeders laatste stapeltje kleding uit het ziekenhuis in mijn handen. Een roze nachthemd, een gele ochtendjas en een paar van die zachte badslippers die ze altijd zo lekker vond. Ik heb ze nog."

eenzaam
"Langzaam ga je weer door met het leven. Ik ging naar m’n werk, zocht vrienden op, kocht een huis met mijn levenspartner. De emoties zijn anders nu, de woede is weg, maar het verdriet niet. Er zijn van die momenten. Ik vloog een paar jaar geleden terug van een vakantie naar Kreta met mijn partner. Toen het vliegtuig aan de grond stond, zette ik mijn mobiele telefoon aan. Dit was het moment waarop ik mijn moeder zou bellen: “Mam, ik ben weer veilig thuis.” Maar zij was er niet meer. Niemand zat meer op mij te wachten. Niemand zou zich ooit nog op die manier zorgen om mij maken. Dat doen alleen moeders. Een enorm eenzaam gevoel overviel me en ik kon mijn tranen niet bedwingen. Mijn partner wist niet wat er aan de hand was en reageerde geschrokken. Het duurde tien minuten voor ik het uit kon leggen. Ik heb geleerd dat je je verdriet moet delen. Ik vertel mijn partner nu wanneer mijn moeders verjaardag of sterfdag er aan komt. Zo maak je het je partner mogelijk om er voor je te zijn. Ik ben ook verhalen gaan vertellen over vroeger. Herinneringen ophalen. Omdat ik geen broers of zussen heb, moet mijn partner het allemaal maar geduldig aanhoren.

Ik moet nog dagelijks aan haar denken. Ze was altijd zo’n innig tevreden mens. Vond alles mooi. “Wat een mooie bloemen, wat een leuk kindje, de lucht klaart alweer op (als het nog steeds plensde), goh wat smaakt dit goed, ja hoor, we zijn er bijna, ach, dat zullen die mensen wel niet zo kwaad bedoelen.” Ik moest er altijd om grinniken, plaagde haar er mee. Zei dat ze een overoptimist was. Maar eigenlijk kom ik er nu achter dat ze een levensgenieter was. Iemand die het positieve wil zien en ook echt ziet. Dat positieve heb ik niet van nature, maar ik denk er wel vaak aan terug. Soms lukt het me om haar in mijn hoofd te horen praten. Dan zie ik een mooie begonia in bloei en denk ik: “Jij zou dat mooi vinden, hè mam.” Ik mis haar nog steeds, maar ik probeer het goede van haar vast te houden. Haar positieve kracht. Als ik moeilijke dingen tegenkom in het leven, dan probeer ik haar kracht in me te voelen. Maar als ik land met een vliegtuig en mijn telefoon aanzet, voel ik nog steeds mijn keel dichtknijpen. Ik hoop eigenlijk dat dat altijd zo blijft. Dat verdient ze gewoon."