In de meeste gevallen weet de Belastingdienst of er wel of niet erfbelasting moet worden betaald en valt ongeveer vier maanden na het overlijden van de partner vanzelf een aangiftebiljet in de bus. De uitgebreide handleiding helpt bij het invullen van de aangifte, maar schroom niet om de Belastingdienst te bellen als er onduidelijkheden zijn. Op het formulier moet aangifte worden gedaan voor de levenspartner en eventuele kinderen. Door alle bezittingen en schulden van de overledene op te geven, kan de waarde van de erfenis worden berekend en ook hoeveel belasting u moet betalen.
Tariefgroepen erfrecht
Tariefgroep I
10 en 20 procent. Dit tarief geldt voor echtgenoot, geregistreerd partner, samenwonenden en kinderen.
Tariefgroep Ia
18 tot 36 procent. Geldt voor kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Tariefgroep II
30 en 40 procent. Geldt voor iedereen die niet in groep 1 of 1a valt.
Belasting en erven
Om door de bomen het bos te blijven zien, is het handig om de brochure ‘Belasting en erven’ op te vragen bij de Belastingdienst. De folder is ook te downloaden op www.belastingdienst.nl . De zogenaamde wettelijke verdeling treedt in werking. Dit betekent dat de partner alle zaken, goederen en schulden van de overleden echtgenoot krijgt toebedeeld. Het erfdeel van de kinderen wordt omgerekend in geld en hier moet erfbelasting over worden betaald. Deze belasting zal worden verrekend op het moment dat de laatste ouder overlijdt. Het is wel verstandig om deze vordering vast te laten leggen door een notaris.
Aangifte
De aangifte voor de erfbelasting moet binnen acht maanden na het overlijden worden ingediend bij de Belastingdienst. Binnen drie maanden reageert de Belastingdienst met een aanslagbiljet. Deze belasting moet binnen twee maanden worden overgemaakt. Als u denkt dat het niet lukt om de aangifte binnen acht maanden rond te hebben, vraag dan tijdig uitstel aan. Hierbij moet wel de reden tot uitstelaanvraag worden opgegeven en het geschatte saldo van de erfenis. Waarschijnlijk volgt dan wel een voorlopige aanslag.