Hoe ga je om met onverwerkte rouw? Monuta helpt je

Rouwen is een persoonlijke en zeer complexe ervaring. Voor de één voelt het als golven die komen en gaan, voor de ander als een constante last en aanwezigheid. Soms blijven dat verdriet en die emoties zo lang en intens aanwezig, dat het voelt alsof je er niet doorheen komt, dat je vast zit. Dan kunnen we spreken over onverwerkte rouw.

Als je het gevoel hebt dat je vast zit in je verdriet, dat je het niet kunt verwerken, en dat je niet verder kunt met je leven, schaam je dan niet. Hoewel er niet veel over gesproken wordt, is onverwerkte rouw iets waar veel mensen mee te maken hebben. Gelukkig is er hulp beschikbaar. Monuta legt je uit hoe je om kunt gaan met onverwerkte rouw. 

Wanneer is er sprake van onverwerkte rouw?

Onverwerkte rouw is geen officiële diagnose, maar een term die vaak wordt gebruikt om aan te geven dat iemand langdurig blijft worstelen met het verlies van een dierbare. Het verdriet is dan zo lang en intens aanwezig dat het het dagelijks leven beïnvloedt en hindert, zonder dat het afneemt met de tijd.

Ook is er geen specifiek moment waarop rouw als onverwerkt wordt gezien. Bij de een is dit na weken, bij de ander na maanden of jaren. Het is zelfs mogelijk dat de onverwerkte rouw getriggerd wordt door een nieuw verlies of andere zware gebeurtenis in iemands leven. Dan pas heeft de persoon door het verlies van zijn of haar dierbare eigenlijk nooit goed verwerkt is.  

Wat zijn de symptomen van onverwerkte rouw?

Mensen met onverwerkte rouw kunnen te maken krijgen met één of meerdere van de volgende klachten:

  • Aanhoudend intens verdriet of een leeg gevoel.
  • Niet aan herinneringen willen denken die men deelt met de overledene.
  • Schuldgevoelens.
  • Angst, paniekaanvallen, depressieve gevoelens.
  • Slaapproblemen.
  • Moeite hebben zich te concentreren.
  • Heel veel bezig zijn met het verlies, of juist doen alsof het overlijden nooit heeft plaatsgevonden.
  • Ook kan onverwerkte rouw bepaalde lichamelijke klachten veroorzaken waarvoor men geen diagnose kan vinden. Zo kun je bijvoorbeeld vaak hoofdpijn of buikpijn hebben, dat onbewust door de stress of het verdriet wordt veroorzaakt.
     

Het verwerken van een verlies

Een verlies verwerken, betekent niet dat je de overledene moet vergeten. Het gaat om het leren leven met het verlies. Want uiteindelijk moet je door met je eigen leven, hoe moeilijk dat ook kan zijn.

Voor deze verliesverwerking spreken we vaak over verschillende fases. Maar niet iedereen zal elke fase ervaren, en bij de één duurt een fase langer dan bij de ander. Dat is allemaal oké. Want het is een zeer persoonlijk proces. 

  1. Erkennen van het verlies.
  2. Het ervaren van emoties, die de ene dag heel anders kunnen zijn dan de andere.
  3. Betekenis zoeken in het leven.
  4. Langzaamaan verder gaan met het leven, op een al dan niet nieuwe manier.
     

 Als je hulp nodig hebt, of denkt te hebben, hoef je niet te wachten tot je in een bepaalde fase zit. Vanaf de dag van het verlies kun je hulp vragen aan je huisarts, psycholoog of een groep lotgenoten bijvoorbeeld. Maar ook jaren later kan (professionele) hulp erg nuttig zijn. 

Monuta staat je bij

Monuta hecht veel waarde aan het bijstaan van mensen die een dierbare zijn verloren, ook (lang) nadat de uitvaart plaats heeft gevonden. Wil je graag hulp bij het verwerken van het verlies, ben je op zoek naar een praatgroep of een luisterend oor? Of weet je niet goed hoe je met de stortvloed aan gevoelens om moet gaan? Neem dan contact op met Monuta. Wij kunnen je onder andere in contact brengen met organisaties die je met veel liefde zullen helpen.

Algemene tips rouw bij kinderen

  • Zorg voor een goed contact met het kind. Het beste kan iemand die het dichtst bij het kind staat de boodschap vertellen.
  • Zorg dat je de aandacht van het kind hebt. Neem een jong kind op schoot en houd bijvoorbeeld zijn handen vast of streel over zijn rug. Zeg bijvoorbeeld: “Ik moet je iets ergs vertellen…”
  • Leg zo duidelijk mogelijk uit dat (bijvoorbeeld) oma niet meer leeft. Ze ademt niet meer, voelt niets meer, heeft geen pijn meer en heeft het ook niet koud.
  • Wees zo eerlijk mogelijk. Als (bijvoorbeeld) oma ziek was, leg dat dan uit.
  • Laat het kind vragen stellen. “Hoe lang blijft oma dood? Komt ze wel op mijn verjaardag? Eten en drinken overleden mensen? Waar is oma nu dan?”
  • Laat je emoties zien. Huil bij het kind. Het kind mag weten dat jij erg verdrietig bent.
  • Geef het kind ruimte voor emoties. Sommige kinderen worden boos of beginnen te huilen. Emoties tonen mag. Geef het kind dus ruimte voor de emoties en probeer het niet zo snel af te leiden met bijvoorbeeld een koekje. Lichamelijk contact kan het kind troosten en kalmeren.