Rouwverwerking kinderen

Rouwverwerking bij kinderen

Het is onze natuurlijke reactie om kinderen te willen beschermen tegen de dood, pijn en rouw. We willen hen er ver vandaan houden. Maar zo zit het leven niet in elkaar. Ook (jonge) kinderen ontkomen niet aan afscheid en verlies. Dat begint al in het klein, bij het verlies van een favoriete knuffelbeer of de verhuizing van een vriendje. Maar ook de dood speelt een rol in een kinderleven. Een huisdier kan overlijden. En op een bepaald moment zullen bijvoorbeeld opa en oma doodgaan.

Het is daarom belangrijk om uw kind vertrouwd te maken met afscheid nemen en zelfs met verlies, overlijden en rouwverwerking. In het dagelijkse leven zijn er genoeg momenten die u kunt gebruiken om een kind daarmee om te leren gaan. Dat is niet wreed, hiermee helpt u het kind juist zich voor te bereiden op situaties waarin het echt met een groot verlies moet omgaan. Als er nooit met een kind is gesproken over wat ’dood' is, is het voor het kind moeilijker te begrijpen als het plotseling met een verlies wordt geconfronteerd.

Rouwverwerking bij kinderen verschilt per leeftijd

Hoe vertelt u een kind dat iemand, bijvoorbeeld oma, is overleden? Uiteraard hangt dit af van het karakter van het kind, maar het hoe hiermee om te gaan verschilt ook per leeftijd van het kind.

Tot ongeveer vijf jaar

Heel jonge kinderen, tot een leeftijd van een ongeveer drie jaar, hebben geen besef van wat de dood inhoudt. Tot zo’n vijf jaar begrijpt zien ze de dood als iets tijdelijks, want op die leeftijd heeft een kind nog geen tijdsbesef en ‘nooit meer’ is een vaag begrip. Ze willen niet graag dat papa of mama weg gaat en voelen wel aan wat verlies is, maar het verschil tussen dood en levenloos is voor hen niet duidelijk. Dat maakt ook dat jonge kinderen nog niet bang zijn voor de dood. Pas daarom op dat u niet uw eigen angsten op hen overbrengt. Aan de andere kant lijden ze wel onder verlies. Daarom is het belangrijk om heel open met hen te praten en hen voorzichtig voor te bereiden op het verlies. Omdat kinderen echt in het ‘nu’ leven, zult u ook zien dat ze het ene moment intens verdrietig zijn en vijf minuten later weer vrolijk spelen. Rouwverwerking bij kinderen verloopt natuurlijk, met tussenpozen, om te voorkomen dat de pijn te intens is.

Gebruik eenvoudige en concrete woorden. Als iemand ziek was of heel oud kunt u bijvoorbeeld zeggen: 'Oma's lichaam was kapot, en de dokter kon het niet meer maken.' Aangezien kinderen in deze fase de dood nog niet als onomkeerbaar zien, kan het na het gesprek gerust vragen wanneer oma weer op bezoek komt.  na jullie gesprek vraagt: 'En wanneer komt oma weer op bezoek?' Leg rustig uit dat iemand die dood is nooit meer terug komt.

Tip: Leer een kind de verschillen
Voor jonge kinderen is ‘dood’ een weinigzeggend begrip. Zij leven in het moment en hebben geen idee wat ‘nooit meer’ betekent. Het is daarom goed om kinderen het verschil tussen dood en levenloos uit te leggen.

  • Wijs op levenloze dingen, zoals een huis, speelgoed, auto, tandenborstel of stoel.
  • Leg uit wat leeft en dus ook kan doodgaan: mensen, dieren, bloemen, bomen en planten. Planten groeien, mensen halen adem en eten.
  • Wijs voorbeelden aan van iets dat dood is gegaan: een dode vogel, insect of boom. Praat er rustig over met kinderen, vaak worden zij hier niet verdrietig van.
  • Leg uit dat mensen en dieren dood kunnen gaan door ouderdom, maar ook door ziekte of een ongeluk.
  • Maak kinderen vertrouwd met rituelen rond de dood, bijvoorbeeld door het begraven van een overleden huisdier in een doosje in de tuin en het graf aan te kleden met een takje of kruis of door in huis een herinneringsplek voor het huisdier in te richten.
  • Praat openlijk over de dood. Schrik niet van vragen, want kinderen zullen zich op den duur realiseren dat ook zij sterfelijk zijn. Praat openlijk bij vragen als ‘ga ik dood’ of ‘ga jij dood’.

Vijf tot negen jaar

Vanaf deze leeftijd begrijpen kinderen vaak al dat de dood voor altijd is en dat alle levende dingen een keer dood gaan. Vaak denken ze er echter nog niet over na dat zijzelf ook dood zullen gaan. Het ene kind in rouw zal mogelijk heel boos reageren of om extra aandacht vragen, een ander wordt juist stil en praat er niet meer over. Laat zien dat het normaal is om over de overledene te blijven praten, zodat het kind leert dat het geen verboden onderwerp is en er gewoon over gevoelens mag worden gepraat. Geef het kind de ruimte om verdrietig en boos te zijn en laat merken dat deze reacties horen bij het overlijden van een dierbare. Het kan ook helpen om samen nieuwe rituelen te creëren. Bijvoorbeeld  door altijd op de verjaardag van de overledene naar zijn of haar graf te gaan of door op een bepaalde dag het lievelingseten van de overledene te eten.

Gebruik duidelijke en concrete woorden als u praat over de dood. Vertel wat er is gebeurd en waarom oma is overleden. Geef het kind de keuze om afscheid te mogen nemen van de overledene of om mee te gaan naar de begrafenis of crematie. Leg wel uit hoe deze zich tijdens een begrafenis of crematie hoort te gedragen.

Tien tot achttien jaar

Op deze leeftijd dringt het tot het kind door dat ook zij een keer doodgaan. U kunt bijvoorbeeld bespreken wat er allemaal komt kijken bij de dood. Hiervoor kunt u bijvoorbeeld het Monuta Uitvaartontwerp gebruiken als basis.

Algemene tips

  • Zorg voor een goed contact met het kind.
    Het beste kan iemand die het dichtst bij het kind staat de boodschap vertellen.
  • Zorg dat u de aandacht van het kind heeft.
    Neem een jong kind op schoot en houd bijvoorbeeld zijn handen vast of streel over zijn rug. Zeg bijvoorbeeld: “Ik moet je iets ergs vertellen…”
  • Leg zo duidelijk mogelijk uit dat (bijvoorbeeld) oma niet meer leeft.
    Ze ademt niet meer, voelt niets meer, heeft geen pijn meer en heeft het ook niet koud.
  • Wees zo eerlijk mogelijk.
    Als (bijvoorbeeld) oma ziek was, leg dat dan uit.
  • Laat het kind vragen stellen.
    “Hoe lang blijft oma dood? Komt ze wel op mijn verjaardag? Eten en drinken overleden mensen? Waar is oma nu dan?”
  • Laat uw emoties zien.
    Huil bij het kind. Het kind mag weten dat u erg verdrietig bent.
  • Geef het kind ruimte voor emoties.
    Sommige kinderen worden boos of beginnen te huilen. Emoties tonen mag. Geef het kind dus ruimte voor de emoties en probeer het niet zo snel af te leiden met bijvoorbeeld een koekje. Lichamelijk contact kan het kind troosten en kalmeren.